De tekst van 1 Koningen 10:8
1 Koningen 10:8 luidt: "Gelukkig zijn je mannen, gelukkig je dienaren die altijd voor je staan en naar je wijsheid kunnen luisteren." Deze woorden werden gesproken door de koningin van Seba tijdens haar beroemde bezoek aan koning Salomo.
Context van het vers
Dit vers staat midden in het verhaal van de koningin van Seba die Salomo komt bezoeken (1 Koningen 10:1-13). Ze had gehoord van zijn wijsheid en rijkdom en wilde hem testen met moeilijke vragen. Nadat ze alles had gezien - zijn wijsheid, zijn paleis, zijn rijkdom, en hoe hij regeerde - was ze volledig overweldigd.
Betekenis van de woorden
Het Hebreeuwse woord voor "gelukkig" is ashrei (אַשְׁרֵי), wat een diepe, vervulde gelukzaligheid uitdrukt. Dit is hetzelfde woord dat gebruikt wordt in de Psalmen voor de zegen van degenen die God volgen (zoals in Psalm 1:1).
De "mannen" en "dienaren" verwijzen naar Salomo's hofhouding - degenen die dagelijks in zijn nabijheid verkeerden. Het Hebreeuwse chokmah (חָכְמָה) voor "wijsheid" duidt niet alleen op intellectuele kennis, maar op praktische levenswijsheid die van God komt.
Theologische betekenis
De koningin van Seba erkent hier dat Gods wijsheid, gegeven aan Salomo, een zegen is voor iedereen die ernaar mag luisteren. Dit vers toont hoe Gods geschenken aan Zijn volk indruk maken op de wereld om hen heen. Het illustreert ook de bijzondere zegen van nabij Gods wijsheid te mogen verkeren.