De Uitspraak van de Koningin van Scheba
1 Koningen 10:6 bevat de reactie van de koningin van Scheba op wat zij heeft gezien en gehoord tijdens haar bezoek aan koning Salomo: 'Toen zei zij tegen de koning: Wat ik in mijn eigen land heb gehoord over uw daden en uw wijsheid, dat was waar.'
Betekenis van de Woorden
Het Hebreeuwse woord voor 'waar' is 'emet (אמת), wat waarheid, betrouwbaarheid en getrouwheid betekent. De koningin gebruikt dit woord om te benadrukken dat de verhalen over Salomo's wijsheid en rijkdom volledig klopten met wat zij zelf heeft waargenomen.
Het woord 'daden' verwijst naar het Hebreeuwse debarim (דברים), wat zowel woorden als daden kan betekenen. Dit toont aan dat Salomo's reputatie gebaseerd was op zowel zijn wijze uitspraken als zijn praktische handelingen.
Context in het Verhaal
Dit vers vormt het hoogtepunt van de koningin van Scheba's bezoek. Zij was gekomen om Salomo te testen met moeilijke vragen (vers 1), maar wordt volledig overtuigd door wat zij ziet. Haar erkenning is des te betekenisvoller omdat zij zelf een machtige heerser was die niet gemakkelijk onder de indruk zou raken.
Theologische Betekenis
De reactie van de koningin illustreert hoe Gods wijsheid, gegeven aan Salomo, zelfs heidense koningen kan overtuigen. Dit wijst vooruit naar Gods plan om alle volkeren te zegenen door Israël. Haar erkenning van Salomo's wijsheid is uiteindelijk een erkenning van Gods grootheid.