49 kruisverwijzingen gevonden
“Verstaat gij nog niet? en gedenkt gij niet aan de vijf broden der vijf duizend mannen; en hoevele korven gij opnaamt?”
Statenvertaling (SV)
Bijbelgedeelten die hetzelfde verhaal of dezelfde gebeurtenis beschrijven.
Doch zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet, dan vijf broden en twee vissen.
Maar Jezus zeide: Zijt ook gijlieden alsnog onwetende?
En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven.
Doch zij zeiden tot Hem: Wij hebben hier niet, dan vijf broden en twee vissen.
Bekijk ook de uitleg bij dit vers of lees het in context.
Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen, commentaren en vergelijkbare teksten.
Stel een vraag over Mattheüs 16:9En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, twaalf volle korven.
En Jezus zeide tot hen: Hoevele broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven, en weinige visjes.
En Jezus zeide tot hen: Hoevele broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven, en weinige visjes.
En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, zeven volle manden.
Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u zijnde, u deze dingen gezegd heb?
En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!
Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u zijnde, u deze dingen gezegd heb?
En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen.
En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!
En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, zeven volle manden.
Daarna is Hij geopenbaard aan de elven, daar zij aanzaten, en verweet hun hun ongelovigheid en hardigheid des harten, omdat zij niet geloofd hadden degenen, die Hem gezien hadden, nadat Hij opgestaan was.
Hier is een jongsken, dat vijf gerstebroden heeft, en twee visjes; maar wat zijn deze onder zo velen?
Maar Jezus zeide: Zijt ook gijlieden alsnog onwetende?
Maar Hij zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden: Wij hebben niet meer dan vijf broden, en twee vissen; tenzij dan dat wij heengaan en spijs kopen voor al dit volk;
Maar Hij zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden: Wij hebben niet meer dan vijf broden, en twee vissen; tenzij dan dat wij heengaan en spijs kopen voor al dit volk;
En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen.