78 kruisverwijzingen gevonden
“Is het twisten met den Almachtige onderrichten? Wie God bestraft, die antwoorde daarop.”
Statenvertaling (SV)
Bijbelgedeelten die hetzelfde verhaal of dezelfde gebeurtenis beschrijven.
Bekijk ook de uitleg bij dit vers of lees het in context.
Stel uw vragen aan de BijbelAssistent en krijg uitgebreide antwoorden met verwijzingen naar de grondtalen, commentaren en vergelijkbare teksten.
Stel een vraag over Job 40:2Wee dien, die met zijn Formeerder twist, gelijk een potscherf met aarden potscherven! Zal ook het leem tot zijn formeerder zeggen: Wat maakt gij? of zal uw werk zeggen: Hij heeft geen handen?
Wee dien, die met zijn Formeerder twist, gelijk een potscherf met aarden potscherven! Zal ook het leem tot zijn formeerder zeggen: Wat maakt gij? of zal uw werk zeggen: Hij heeft geen handen?
Indien ik zondig, zo zult Gij mij waarnemen, en van mijn misdaad zult Gij mij niet onschuldig houden.
Weet nu, dat God mij heeft omgekeerd, en mij met Zijn net omsingeld.
Want Hij vermorzelt mij door een onweder, en vermenigvuldigt mijn wonden zonder oorzaak.
Indien ik zondig, zo zult Gij mij waarnemen, en van mijn misdaad zult Gij mij niet onschuldig houden.
Waarom ben ik niet gestorven van de baarmoeder af, en heb den geest gegeven, als ik uit den buik voortkwam?
Want Hij is niet een man, als ik, dien ik antwoorden zou, zo wij te zamen in het gericht kwamen.
En dien ontvangen hebbende, murmureerden zij tegen den heer des huizes,
Maar nu telt Gij mijn treden; Gij bewaart mij niet om mijner zonden wil.
Is het U goed, dat Gij verdrukt, dat Gij verwerpt den arbeid Uwer handen, en over den raad der goddelozen schijnsel geeft?
Want Hij is niet een man, als ik, dien ik antwoorden zou, zo wij te zamen in het gericht kwamen.
God heeft mij den verkeerde overgegeven, en heeft mij afgewend in de handen der goddelozen.
Of tergen wij den Heere? Zijn wij sterker dan Hij?
God heeft mij den verkeerde overgegeven, en heeft mij afgewend in de handen der goddelozen.
Indien dan God hun evengelijke gave gegeven heeft, als ook ons, die in de Heere Jezus Christus geloofd hebben, wie was ik toch, die God konde weren?
En dien ontvangen hebbende, murmureerden zij tegen den heer des huizes,
Indien dan God hun evengelijke gave gegeven heeft, als ook ons, die in de Heere Jezus Christus geloofd hebben, wie was ik toch, die God konde weren?
Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.
Hoe lang keert Gij U niet af van mij, en laat niet van mij af, totdat ik mijn speeksel inzwelge?
Weet nu, dat God mij heeft omgekeerd, en mij met Zijn net omsingeld.
Hoe lang keert Gij U niet af van mij, en laat niet van mij af, totdat ik mijn speeksel inzwelge?
Gij zult dan tot mij zeggen: Wat klaagt Hij dan nog? Want wie heeft Zijn wil wederstaan?
Maar nu telt Gij mijn treden; Gij bewaart mij niet om mijner zonden wil.
Of tergen wij den Heere? Zijn wij sterker dan Hij?
Waarom ben ik niet gestorven van de baarmoeder af, en heb den geest gegeven, als ik uit den buik voortkwam?
Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.
Want wie heeft den zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?
Want Hij vermorzelt mij door een onweder, en vermenigvuldigt mijn wonden zonder oorzaak.
Want wie heeft den zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest?
Gij zult dan tot mij zeggen: Wat klaagt Hij dan nog? Want wie heeft Zijn wil wederstaan?