Tattoos zijn populairder dan ooit. Volgens schattingen heeft ruim een derde van de Nederlanders tussen de 18 en 35 jaar minstens een tattoo. Ook onder christenen groeit het aantal mensen met een tatoeage. Tegelijkertijd zijn er gelovigen die tattoos principieel afwijzen, met een beroep op de Bijbel. Wie heeft gelijk? En wat zegt de Bijbel er eigenlijk over?
In dit artikel duiken we diep in de bijbelteksten die over tattoos en piercings gaan. We bekijken de Hebreeuwse grondtekst, plaatsen de verzen in hun historische context en onderzoeken hoe het Nieuwe Testament over de oudtestamentische wet spreekt. Ons doel is niet om je te vertellen wat je moet doen, maar om je te helpen een weloverwogen keuze te maken op basis van wat de Bijbel werkelijk zegt. Heb je na het lezen nog vragen? Stel ze aan de BijbelAssistent.
Mogen christenen een tattoo?
Dit is de vraag die veel christenen bezighoudt, en het eerlijke antwoord is: de Bijbel geeft geen eenduidig ja of nee. Er is een vers in het Oude Testament dat direct over tatoeages lijkt te spreken (Leviticus 19:28), maar de interpretatie ervan is complexer dan het op het eerste gezicht lijkt.
Binnen het christendom bestaan er grofweg drie posities:
- Tattoos zijn verboden — omdat Leviticus 19:28 het expliciet verbiedt en Gods morele wet tijdloos is.
- Tattoos zijn toegestaan — omdat christenen niet meer onder de oudtestamentische ceremoniële wet leven.
- Het is een gewetenskwestie — de Bijbel geeft geen absoluut verbod, maar roept op tot wijsheid en gewetensvol handelen.
Om te begrijpen welke positie het meest recht doet aan de bijbelse tekst, moeten we terug naar de bron: Leviticus 19:28. Wat staat daar precies, en wat betekent het in de oorspronkelijke taal en cultuur?
Leviticus 19:28 — het verbod in context
Het vers dat altijd wordt aangehaald in discussies over tattoos is Leviticus 19:28. In de Herziene Statenvertaling luidt het:
“U mag vanwege een dode geen inkerving in uw lichaam maken en geen tekens in uw huid laten tatoeëren. Ik ben de HEERE.”
In de Statenvertaling staat:
“Gij zult om een dood lichaam geen snijding in uw vlees maken, noch enig gedrukt schrift aan u maken. Ik ben de HEERE.”
Op het eerste gezicht lijkt dit een helder verbod. Maar laten we de tekst nauwkeuriger bekijken.
De Hebreeuwse grondtekst
Het Hebreeuwse woord dat hier vertaald wordt als “tatoeëren” of “gedrukt schrift” is qa'aqa (קַעֲקַע). Dit woord komt in de hele Bijbel slechts een keer voor — hier in Leviticus 19:28 — waardoor het lastig is de precieze betekenis vast te stellen aan de hand van andere bijbelteksten. Met de woordstudie van BijbelAssistent kun je zelf de grondtekst verkennen.
Het woord qa'aqa is waarschijnlijk afgeleid van een wortel die “inkerven” of “insnijden” betekent. Bijbelgeleerden zijn het er grotendeels over eens dat het verwijst naar het permanent aanbrengen van tekens in de huid, vergelijkbaar met wat wij een tatoeage noemen. Maar de context is cruciaal.
De culturele context: rouwrituelen
Het vers begint met de woorden “vanwege een dode” (Hebreeuws: lanefesh, לָנֶפֶשׁ). Dit plaatst het verbod direct in de context van rouwrituelen. In de culturen rondom het oude Israël — de Kanaänieten, Feniciërs en andere volken — was het gebruikelijk om bij het overlijden van een dierbare:
- Het eigen lichaam in te kerven of te snijden
- Permanente tekens in de huid aan te brengen
- Het haar af te scheren op een specifieke manier
Deze praktijken waren niet puur cosmetisch. Ze waren verbonden met heidense religieuze rituelen: het aanroepen van de geesten van overledenen, het brengen van offers aan dodengoden, of het markeren van het lichaam als teken van toewijding aan een afgod. Het vers ervoor, Leviticus 19:27, verbiedt eveneens bepaalde haardrachten die met afgodische praktijken samenhingen.
Het verbod in Leviticus 19:28 lijkt daarom primair gericht tegen het overnemen van heidense rouwrituelen, niet tegen elke vorm van lichaamsdecoratie in het algemeen. God wilde dat Zijn volk zich onderscheidde van de omliggende volken en niet deelnam aan hun afgodische gebruiken.
Wat verbiedt het vers precies?
Bijbelgeleerden zijn verdeeld over de reikwijdte van het verbod:
- Enge interpretatie: Het verbod richt zich specifiek op het aanbrengen van tatoeages in de context van heidense rouwrituelen en afgodendienst. Moderne decoratieve tattoos vallen hier niet onder.
- Brede interpretatie: Het verbod geldt voor elke vorm van permanente lichaamsmarkering, ongeacht het doel. De toevoeging “Ik ben de HEERE” benadrukt dat het lichaam aan God toebehoort.
Beide interpretaties worden door serieuze bijbelgeleerden verdedigd. De tekst laat ruimte voor beide lezingen, wat verklaart waarom christenen hier al eeuwen verschillend over denken.
De bredere context van Leviticus 19
Het is belangrijk om Leviticus 19:28 niet geïsoleerd te lezen. Hetzelfde hoofdstuk bevat ook geboden als:
- “Het haar aan de zijden van uw hoofd zult u niet rond afscheren” (vers 27)
- “U mag niet met tweeërlei soort zaad uw akker bezaaien” (vers 19)
- “Een kleed van tweeërlei stof mag u niet dragen” (vers 19)
De meeste christenen passen deze geboden niet meer letterlijk toe. Wie een kleding van gemengde stoffen draagt of de zijkanten van zijn baard trimt, overtreedt volgens de letter van de wet eveneens een gebod uit Leviticus 19. Dit roept de vraag op: als we sommige geboden uit dit hoofdstuk als cultuurgebonden beschouwen, waarom dan niet het gebod over tatoeages?
Dit brengt ons bij de kernvraag voor christenen: hoe verhouden wij ons tot de oudtestamentische wet?
Nieuwe Testament — geldt de wet nog?
Het Nieuwe Testament spreekt nergens direct over tattoos of piercings. Er is geen vers waarin Jezus, Paulus of een andere nieuwtestamentische auteur het onderwerp behandelt. Wat het Nieuwe Testament wel uitgebreid bespreekt, is de vraag hoe christenen zich verhouden tot de wet van Mozes.
Galaten: vrijheid van de wet
In zijn brief aan de Galaten schrijft Paulus krachtig over de vrijheid die christenen hebben ten opzichte van de wet:
“Opdat wij in vrijheid zouden leven, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houd dan stand en laat u niet weer een slavenjuk opleggen.” — Galaten 5:1 (HSV)
Paulus betoogt dat christenen niet gerechtvaardigd worden door het naleven van de wet, maar door geloof in Christus. De ceremoniële en burgerlijke wetten van het Oude Testament — waaronder voedselwetten, reinigingswetten en veel van de voorschriften uit Leviticus — zijn in Christus vervuld.
Dit betekent niet dat de wet irrelevant is. Jezus zelf zei: “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar om die te vervullen” (Mattheüs 5:17). Maar het onderscheid tussen morele wet (de Tien Geboden, principes van liefde en gerechtigheid) en ceremoniële/burgerlijke wet (offerwetten, reinigingsvoorschriften, kledingregels) is hierbij essentieel.
Veel theologen beschouwen het verbod in Leviticus 19:28 als onderdeel van de ceremoniële wet die specifiek gericht was op het afzonderen van Israël van de heidense volken. In dat geval is het vergelijkbaar met de voedselwetten: leerzaam en zinvol in de oorspronkelijke context, maar niet meer letterlijk bindend voor christenen.
Romeinen 14: de gewetenskwestie
Een van de meest relevante passages voor de tattoovraag staat in Romeinen 14. Paulus schrijft hier over zaken waarover christenen van mening verschillen:
“De een acht de ene dag boven de andere dag, de ander acht alle dagen gelijk. Laat ieder in zijn eigen geest ten volle overtuigd zijn.” — Romeinen 14:5 (HSV)
Paulus noemt hier specifiek voedsel en feestdagen als voorbeelden van zaken waarover christenen vrijheid hebben. Het principe dat hij formuleert is breder toepasbaar: in kwesties die niet tot de kern van het evangelie behoren, is er ruimte voor persoonlijke overtuiging.
Verderop in hetzelfde hoofdstuk schrijft hij:
“Maar wie twijfelt als hij eet, is veroordeeld, omdat het niet uit geloof is. En alles wat niet uit geloof is, is zonde.” — Romeinen 14:23 (HSV)
Dit vers legt de verantwoordelijkheid bij het individuele geweten. Als je overtuigd bent dat een tattoo niet verkeerd is, en je laat er een zetten vanuit een zuiver geweten, dan handelt je niet in strijd met dit principe. Maar als je twijfelt — als je geweten je waarschuwt — dan is het wijs om niet door te zetten.
1 Korinthe 6:19-20: het lichaam als tempel
Een ander veel aangehaald vers in de tattoovraag is:
“Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent? U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam.” — 1 Korinthe 6:19-20 (HSV)
Dit vers wordt zowel door voor- als tegenstanders van tattoos gebruikt:
- Tegen tattoos: Je lichaam is een tempel van de Heilige Geest. Je mag het niet “beschadigen” of “onteren” met permanente tekens.
- Voor tattoos: Als je lichaam een tempel is, kun je het ook versieren ter ere van God — net zoals de tempel in Jeruzalem prachtig was versierd. Een tattoo met een bijbeltekst of christelijk symbool kan juist een uiting zijn van geloof.
Belangrijk is de oorspronkelijke context: Paulus schrijft hier niet over tattoos, maar over seksuele immoraliteit. Hij roept de Korintiërs op om hun lichaam niet te misbruiken door ontucht. Het vers toepassen op tattoos is een bredere toepassing dan de auteur bedoelde, hoewel het onderliggende principe — zorgvuldig omgaan met je lichaam — zeker relevant is.
Verschillende christelijke visies
De vraag “mogen christenen een tattoo?” wordt binnen het christendom op uiteenlopende manieren beantwoord. Hieronder presenteren we drie hoofdposities, elk met hun bijbelse onderbouwing.
Positie 1: Tattoos zijn niet toegestaan
Deze visie is vooral te vinden in reformatorische en behoudend-evangelische kringen. De argumenten:
- Leviticus 19:28 is helder: God verbiedt het aanbrengen van tekens in de huid. De toevoeging “Ik ben de HEERE” maakt het tot een blijvend gebod.
- Het lichaam is heilig: Ons lichaam is geschapen naar Gods beeld (Genesis 1:27) en is een tempel van de Heilige Geest. Permanente wijzigingen aanbrengen getuigt niet van eerbied.
- Het voorzorgsprincipe: Als er twijfel is, is het veiliger om het niet te doen. “Alles wat niet uit geloof is, is zonde” (Romeinen 14:23).
- Culturele associaties: Tattoos hebben historisch gezien associaties met rebellie, hedendom en wereldgelijkvormigheid. Christenen worden opgeroepen zich niet aan de wereld gelijkvormig te maken (Romeinen 12:2).
Mensen met deze overtuiging verdienen respect, want zij handelen vanuit een oprecht verlangen om God te gehoorzamen en Zijn Woord serieus te nemen.
Positie 2: Tattoos zijn toegestaan
Deze visie is gangbaar in veel evangelische, charismatische en mainstream protestantse gemeenten. De argumenten:
- Het verbod is cultuurgebonden: Leviticus 19:28 verbiedt specifiek heidense rouwrituelen, niet moderne decoratieve tattoos. Het staat in een reeks ceremoniële wetten die niet meer letterlijk voor christenen gelden.
- Christelijke vrijheid: Paulus leert dat christenen vrij zijn van de ceremoniële wet (Galaten 5:1). Het opleggen van dit gebod aan christenen is een vorm van wetticisme.
- Het hart telt: God kijkt naar het hart, niet naar het uiterlijk (1 Samuel 16:7). Een tattoo met een christelijk symbool of bijbeltekst kan juist een getuigenis zijn.
- Consistentie: Wie het tattooverbod handhaaft, moet consequent ook de andere geboden uit Leviticus 19 naleven (geen gemengde stoffen, geen specifieke haardrachten). De meeste christenen doen dit niet.
Positie 3: Het is een gewetenskwestie
Deze genuanceerde positie wordt door veel hedendaagse theologen verdedigd. De kern:
- De Bijbel is niet eenduidig: Er zijn goede argumenten aan beide kanten. Dit wijst erop dat tattoos in de categorie van “adiafora” vallen — zaken die op zichzelf niet goed of fout zijn.
- Het geweten is leidend: Paulus leert in Romeinen 14 dat in niet-essentiële kwesties het persoonlijke geweten de doorslag geeft. Handel niet tegen je geweten in.
- Motieven onderzoeken: De vraag is niet alleen “mag het?” maar ook “waarom wil ik het?” Is het uit ijdelheid, groepsdruk of rebellie? Of uit creativiteit, herinnering of geloofsexpressie?
- Respect voor anderen: Houd rekening met je omgeving. Een tattoo kan in sommige christelijke gemeenschappen aanstoot geven. Paulus roept op om de ander niet te laten struikelen (Romeinen 14:13).
Deze positie erkent dat oprechte christenen tot verschillende conclusies kunnen komen en roept op tot wederzijds respect.
En piercings dan?
Naast tattoos vragen veel christenen zich af hoe de Bijbel over piercings spreekt. Hier is de bijbelse situatie interessant, want in tegenstelling tot tattoos worden piercings in de Bijbel meerdere malen neutraal of zelfs positief genoemd.
Oorbellen als geschenk en sieraad
In Genesis 24:22 geeft Abrahams knecht Rebekka een gouden neusring en twee gouden armbanden als hij haar ontmoet bij de bron:
“Toen de kamelen genoeg gedronken hadden, nam de man een gouden neusring, een halve sikkel in gewicht, en twee armbanden voor haar handen, tien sikkel goud in gewicht.” — Genesis 24:22 (HSV)
Dit gebeurt in een context die door en door positief is: het is het verhaal van hoe God een vrouw uitkiest voor Isaak. De neusring is een eerbaar geschenk, geen teken van zonde of rebellie. In Genesis 24:47 wordt nogmaals bevestigd dat de knecht de ring in haar neus deed — zonder enige afkeuring van de verteller of van God.
Piercings in het boek Ezechiël
In Ezechiël 16:12 gebruikt God het beeld van sieraden om Zijn liefde voor Jeruzalem te beschrijven:
“Ik deed een ring door uw neus, oorbellen aan uw oren en een sierlijke kroon op uw hoofd.” — Ezechiël 16:12 (HSV)
Hier is het God zelf die — in beeldspraak — Zijn volk sieraden geeft, inclusief een neusring. Dit maakt het moeilijk vol te houden dat piercings per definitie zondig zijn, als God ze in een positief beeld gebruikt om Zijn eigen handelen te beschrijven.
Het gouden kalf en de oorbellen
Er is ook een negatief voorbeeld. In Exodus 32:2-4 vraagt Aäron het volk om hun gouden oorringen af te doen, waarna hij het gouden kalf maakt:
“En Aäron zei tegen hen: Ruk de gouden ringen die uw vrouwen, uw zonen en uw dochters in hun oren hebben, af en breng ze bij mij.” — Exodus 32:2 (HSV)
Belangrijk: het dragen van de oorbellen zelf was niet het probleem — iedereen droeg ze kennelijk. Het probleem was het gebruik ervan voor afgodendienst. De oorbellen worden hier zelfs impliciet als normaal gepresenteerd: mannen, vrouwen en kinderen hadden ze.
De slavenring in Exodus 21
In Exodus 21:5-6 lezen we over een opmerkelijk gebruik van piercings:
“Maar als de slaaf nadrukkelijk zegt: Ik heb mijn heer, mijn vrouw en mijn kinderen lief, ik wil niet als vrij man weggaan, dan moet zijn heer hem bij de rechters brengen. Hij moet hem bij de deur of de deurpost brengen. Zijn heer moet dan met een priem zijn oor doorboren, en hij zal hem voor eeuwig dienen.” — Exodus 21:5-6 (HSV)
Hier is de piercing een teken van vrijwillige toewijding — de slaaf kiest ervoor om bij zijn heer te blijven uit liefde. Sommige christenen zien hierin een prachtig beeld van onze vrijwillige toewijding aan Christus.
Wat kunnen we concluderen over piercings?
De Bijbel maakt nergens een expliciet verbod op piercings. Integendeel: neusringen en oorbellen worden op meerdere plaatsen als normaal of zelfs positief beschreven. Het probleem ontstaat pas wanneer sieraden worden gebruikt in de context van afgodendienst (het gouden kalf) of wanneer het uiterlijk vertoon de innerlijke vroomheid vervangt.
Petrus schrijft in 1 Petrus 3:3-4:
“Uw sieraad moet niet bestaan in iets uiterlijks: het vlechten van het haar, het dragen van gouden sieraden of het aantrekken van mooie kleren; maar uw sieraad moet zijn de verborgen mens van het hart, met het onvergankelijke sieraad van een zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is voor God.”
Dit vers verbiedt sieraden niet — het stelt prioriteiten. Het innerlijke is belangrijker dan het uiterlijke. Dat geldt voor piercings, maar evengoed voor kleding, make-up en elke andere vorm van uiterlijke presentatie.
Vragen om te overwegen
Als je nadenkt over een tattoo of piercing, kunnen de volgende vragen je helpen tot een doordacht besluit te komen. Deze vragen zijn niet bedoeld om je te ontmoedigen of aan te moedigen, maar om je te helpen je eigen hart en motieven te onderzoeken.
1. Wat is mijn motief?
Waarom wil je een tattoo of piercing? Is het uit creativiteit, als herinnering aan iets of iemand, als uiting van je geloof? Of speelt groepsdruk, rebellie of impulsiviteit een rol? De Bijbel roept ons op om ons hart te onderzoeken: “Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart” (Psalm 139:23).
2. Wat zegt mijn geweten?
Dit is misschien wel de belangrijkste vraag. Als je bij het idee van een tattoo innerlijke vrede ervaart en geen schuldgevoel, dan handelt je waarschijnlijk in overeenstemming met je geweten. Maar als er onrust is, twijfel of een nagende stem die zegt “doe het niet” — neem die serieus. Paulus is hier duidelijk: “Alles wat niet uit geloof is, is zonde” (Romeinen 14:23).
3. Hoe beïnvloedt dit mijn getuigenis?
Een tattoo kan in sommige contexten deuren openen (een gespreksaanleiding over geloof) en in andere contexten deuren sluiten (aanstoot geven in een conservatieve gemeente). Paulus schrijft: “Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig” (1 Korinthe 6:12). Denk na over de impact op je omgeving.
4. Is dit een blijvende keuze waar ik achter sta?
Een tattoo is permanent. Wat nu een goed idee lijkt, kan over tien of twintig jaar anders aanvoelen. Neem de tijd voor je besluit. Als je twijfelt, wacht dan. Er is geen haast. Een tattoo die je over een jaar nog steeds wilt, is waarschijnlijk een betere keuze dan een impulsieve beslissing.
5. Heb ik dit in gebed gebracht?
Het klinkt misschien vreemd om te bidden over een tattoo, maar als je gelooft dat God betrokken is bij alle aspecten van je leven, dan ook bij deze keuze. Breng het voor Hem en vraag om wijsheid. “Als iemand van u in wijsheid tekortschiet, laat hij die dan vragen aan God” (Jakobus 1:5).
6. Respecteer ik andere christenen die er anders over denken?
Of je nu wel of geen tattoo neemt: respecteer christenen die er anders over denken. Wie een tattoo heeft, is niet minder gelovig. Wie een tattoo afwijst, is niet wettisch. Paulus is hier glashelder: “Wie wel eet, moet hem die niet eet, niet minachten. En wie niet eet, moet hem die wel eet, niet veroordelen, want God heeft hem aangenomen” (Romeinen 14:3).
Veelgestelde vragen
Is het een zonde om een tattoo te nemen?
De Bijbel geeft hier geen eenduidig antwoord op. Leviticus 19:28 verbiedt het aanbrengen van tekens in de huid, maar dit gebod staat in de context van heidense rouwrituelen en veel theologen beschouwen het als onderdeel van de ceremoniële wet die voor christenen niet meer letterlijk geldt. Het Nieuwe Testament noemt tattoos nergens. Veel christenen zien het als een gewetenskwestie: als je het in goed geweten kunt doen, zonder twijfel, en met zuivere motieven, dan handelt je niet in strijd met de bijbelse principes die Paulus in Romeinen 14 beschrijft. Bij twijfel is het wijs om het niet te doen.
Wat betekent het Hebreeuwse woord qa'aqa in Leviticus 19:28?
Het Hebreeuwse woord qa'aqa (קַעֲקַע) komt slechts een keer in de Bijbel voor, in Leviticus 19:28. Het wordt vertaald als “tatoeëren” (HSV), “gedrukt schrift” (SV) of “tatoeage” (NBV21). De wortel van het woord duidt op inkerven of insnijden. Bijbelgeleerden zijn het erover eens dat het verwijst naar het permanent aanbrengen van tekens in de huid, waarschijnlijk met inkt of kleurstof. De context van het vers — “vanwege een dode” — verbindt het specifiek met heidense rouwrituelen die gangbaar waren in de culturen rondom Israël. Met de woordstudie van BijbelAssistent kun je zelf de grondtekst verkennen.
Staan er piercings in de Bijbel?
Ja, piercings — met name oorbellen en neusringen — komen meerdere keren voor in de Bijbel, meestal in een neutrale of positieve context. In Genesis 24:22 geeft Abrahams knecht Rebekka een gouden neusring als geschenk. In Ezechiël 16:12 gebruikt God het beeld van een neusring om Zijn liefde voor Jeruzalem te beschrijven. In Exodus 21:5-6 is een oorpiercing een teken van vrijwillige toewijding. De Bijbel bevat geen expliciet verbod op piercings.
Mag je een tattoo met een bijbeltekst laten zetten?
Een tattoo met een bijbeltekst is een populaire keuze onder christenen die tattoos als geoorloofd beschouwen. Zij zien het als een uiting van geloof en een dagelijkse herinnering aan Gods Woord. Tegenstanders wijzen erop dat het paradoxaal is om een bijbeltekst te tatoeëren terwijl de Bijbel zelf (Leviticus 19:28) tatoeages verbiedt. Beide standpunten verdienen respect. Als je overweegt een bijbeltekst te laten tatoeëren, kies dan een tekst die diepe persoonlijke betekenis heeft, neem er de tijd voor en onderzoek je motieven. Gebruik de Bijbel op BijbelAssistent om de tekst in meerdere vertalingen te vergelijken voordat je een definitieve keuze maakt.