De tekst van Zacharia 13:7
'Zwaard, keer je tegen mijn herder, tegen de man die mij na staat - spreekt de HEER van de hemelse machten. Sla de herder neer, dan zullen de schapen uiteenstuiven. Maar ik zal mijn hand keren naar de geringen.' (NBV)
Woordstudie en betekenis
Dit vers bevat meerdere krachtige Hebreeuwse begrippen. Het woord 'herder' (Hebreeuws: ro'eh) verwijst naar iemand die zorgt voor en leidt. De uitdrukking 'de man die mij na staat' (Hebreeuws: ish amiti) betekent letterlijk 'de man van mijn gemeenschap' of 'mijn metgezel', wat duidt op een zeer nauwe, intieme relatie met God.
Het 'zwaard' symboliseert Gods oordeel en straf. Bijzonder is dat God zelf het zwaard oproept om tegen zijn eigen herder te keren - dit toont Gods soevereiniteit over het lijden dat komen zal.
Messiaanse vervulling in Jezus
Dit vers krijgt zijn volle betekenis in het Nieuwe Testament. Jezus zelf citeerde Zacharia 13:7 in Mattheüs 26:31 en Marcus 14:27, vlak voor zijn kruisiging: 'Want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen van de kudde zullen uiteenstuiven.'
De vervulling zien we wanneer:
- Jezus (de Herder) geslagen wordt door Gods oordeel over de zonde
- De discipelen (de schapen) wegvluchten bij zijn arrestatie
- God zijn hand keert naar 'de kleinen' - de nederigen die tot geloof komen