De tekst van Spreuken 18:3
Spreuken 18:3 luidt: "Wanneer een goddeloze komt, komt ook de verachting, en met de schande de smaad." Dit vers presenteert een scherpe observatie over het verband tussen iemands karakter en de manier waarop anderen hem behandelen.
Analyse van de Hebreeuwse woorden
Het Hebreeuwse woord רָשָׁע (rasha) voor 'goddeloze' duidt op iemand die bewust verkeerde keuzes maakt en zich afkeert van Gods wegen. Het gaat niet alleen om morele slechtheid, maar om een fundamentele houding tegen God en Zijn geboden.
Het woord בּוּז (buz) betekent 'verachting' of 'minachting'. Dit beschrijft de houding die anderen aannemen tegenover de goddeloze persoon. קָלוֹן (qalon) verwijst naar 'schande' of 'oneer', terwijl חֶרְפָּה (cherpah) 'smaad' of 'verwijt' betekent.
De structuur van het vers
Het vers is opgebouwd als een parallelisme, een veelgebruikte literaire techniek in de wijsheidsliteratuur. De tweede helft versterkt en verduidelijkt de boodschap van de eerste helft. Er wordt een onvermijdelijke keten beschreven: slechtheid leidt tot verachting, schande brengt smaad met zich mee.