De tekst van Spreuken 10:3
Spreuken 10:3 luidt in de Statenvertaling: "De HEERE zal de ziel des rechtvaardigen niet laten hongeren, maar de begeerlijkheid der goddelozen zal Hij wegstoten." In moderne vertalingen lezen we vergelijkbare woorden die Gods zorg voor de rechtvaardigen contrasteert met Zijn oordeel over de goddelozen.
Woordstudie en betekenis
Het Hebreeuwse woord voor "rechtvaardige" (צַדִּיק, tsaddiq) verwijst naar iemand die in een juiste relatie staat met God en anderen. Het gaat niet om perfectie, maar om een hart dat naar Gods wil zoekt. Het woord "hongeren" (רָעֵב, ra'ev) betekent letterlijk honger lijden, maar heeft hier een bredere betekenis van gebrek of nood.
Het contrast met de "goddelozen" (רְשָׁעִים, resha'im) is opvallend. Hun "begeerlijkheid" (הַוָּה, hawwah) - hun verkeerde verlangens en hebzucht - wordt door God "weggestoten" of verworpen.
Context binnen Spreuken 10
Dit vers staat aan het begin van de grote verzameling tegenstelling-spreuken in Spreuken 10-15. Het hoofdstuk contrasteert doorlopend de wijze met de dwaze, de rechtvaardige met de goddeloze. Vers 3 introduceert een belangrijk thema: Gods actieve betrokkenheid bij het lot van zowel rechtvaardigen als goddelozen.