De tekst van Spreuken 1:13
Spreuken 1:13 luidt: "Allerlei kostelijk goed zullen wij vinden, onze huizen zullen wij vullen met buit." Dit vers vormt onderdeel van een langere waarschuwing tegen het volgen van zondaars en hun verleidelijke aanbiedingen.
Context binnen Spreuken 1
Dit vers staat midden in de openingswaarschuwing van het boek Spreuken (verzen 10-19), waar een vader zijn zoon waarschuwt tegen de verleidingen van een criminele bende. De zondaars proberen de jongeman te verleiden met beloftes van snelle rijkdom door geweld en diefstal.
Woordstudie en betekenis
Het Hebreeuwse woord voor "kostelijk goed" (יקר, yaqar) verwijst naar waardevolle, dure spullen - goud, zilver en andere schatten. Het woord "buit" (שלל, shalal) is een militaire term die verwijst naar goederen die door geweld zijn buitgemaakt. Dit toont de gewelddadige aard van hun plannen.
De zondaars schilderen een aantrekkelijk beeld: gemakkelijk verkregen rijkdom zonder eerlijk werk. Ze beloven dat hun "huizen vol zullen zijn" - een symbool van voorspoed en zekerheid in de oudheid.
Theologische betekenis
Deze verzen illustreren een fundamenteel thema in de wijsheidsliteratuur: de tegenstelling tussen wijsheid en dwaasheid, tussen eerlijkheid en misdaad. De Bijbel leert consistent dat ware voorspoed komt door eerlijk werk en gehoorzaamheid aan God, niet door geweld of bedrog.