De Tekst van Romeinen 16:7
"Groet Andronikus en Junia, mijn stamgenoten, die samen met mij gevangen zijn geweest en die gezaghebbend zijn onder de apostelen; zij zijn zelfs vóór mij tot Christus gekomen." (NBV)
Wie waren Andronikus en Junia?
Paulus noemt hier twee belangrijke figuren uit de vroege kerk. Andronikus is duidelijk een mannelijke naam, maar Junia roept vragen op. In de Griekse tekst staat 'Iounian', wat zowel de mannelijke naam Junias als de vrouwelijke naam Junia kan zijn. Moderne bijbelwetenschappers zijn het er grotendeels over eens dat dit een vrouwennaam is, wat betekent dat Junia waarschijnlijk een vrouwelijke leidster in de vroege kerk was.
Stamgenoten en Medegevangenen
Paulus beschrijft hen als zijn 'stamgenoten' (syngeneis) - dit Griekse woord kan zowel bloedverwanten als medeJoden betekenen. Hier verwijst het waarschijnlijk naar hun gezamenlijke Joodse achtergrond. Ze werden ook 'medegevangenen' (synaichmalotoi) genoemd, wat erop wijst dat ze samen met Paulus gevangen zijn genomen vanwege hun christelijke geloof.
Gezaghebbend onder de Apostelen
De cruciale vraag draait om de zin 'episemoi en tois apostolois'. Dit kan op twee manieren vertaald worden:
1. "Uitstekend/beroemd onder de apostelen" (ze werden door apostelen gerespecteerd)
2. "Vooraanstaand van de apostelen" (ze waren zelf apostelen)