De tekst van Romeinen 1:6
Romeinen 1:6 luidt: "Onder welke ook gij zijt, geroepen van Jezus Christus." In moderne vertalingen lezen we: "Tot hen behoren ook jullie, die door Jezus Christus geroepen zijn." Dit vers staat in het hart van Paulus' openingswoorden aan de gemeente in Rome.
Betekenis van 'geroepen'
Het Griekse woord κλητός (kletos) betekent letterlijk "geroepen" of "uitgenodigd". Het komt van het werkwoord καλέω (kaleo), wat duidt op een effectieve, goddelijke roeping. Dit is geen vrijblijvende uitnodiging, maar Gods krachtige handelen waardoor mensen tot geloof komen.
Context in Romeinen 1
Paulus begint zijn brief met een uitgebreide voorstelling (1:1-7). Hij noemt zichzelf een "geroepen apostel" (vers 1) en spreekt vervolgens over de Romeinse gelovigen als "geroepenen van Jezus Christus" (vers 6). Dit toont de verbinding: zowel Paulus als de gelovigen zijn door God geroepen, zij het voor verschillende taken.
Theologische betekenis
De roeping waarover Paulus spreekt heeft drie belangrijke aspecten:
1. Gods initiatief: De roeping komt van God, niet van menselijke beslissing
2. Effectieve kracht: Gods roeping brengt tot stand wat Hij beoogt
3. Nieuwe identiteit: Geroepenen behoren toe aan Jezus Christus