De tekst van Psalmen 98:7
Psalmen 98:7 luidt: 'Laat de zee bruisen en al wat erin is, de wereld en haar bewoners!' Dit prachtige vers vormt onderdeel van een krachtige lofpsalm waarin de hele schepping wordt opgeroepen om God te prijzen voor Zijn overwinning en koninkschap.
Woordbetekenis en oorspronkelijke taal
Het Hebreeuwse werkwoord יִרְעַם (yir'am) betekent letterlijk 'bruisen' of 'razen', maar heeft hier een positieve betekenis van juichen en vreugde uitdrukken. De zee wordt niet als bedreiging gezien, maar als deel van Gods schepping dat vol vreugde reageert op Gods grootheid.
Het woord תֵּבֵל (tevel) verwijst naar de bewoonde wereld, de aarde waar mensen leven. Dit toont aan dat zowel de natuurlijke schepping (de zee) als de menselijke bewoners samen opgeroepen worden tot lofprijzing.
Context binnen Psalm 98
Psalm 98 is een koninklijke lofpsalm die Gods overwinning en rechtvaardige heerschappij viert. Vers 7 komt na de oproep aan alle volken om God te prijzen (vers 4-6) en voor de climax waarbij rivieren klappen en bergen juichen (vers 8). De psalmist bouwt een crescendo op van lofprijzing die begint bij Israël, zich uitbreidt naar alle volken, en eindigt bij de hele schepping.