De tekst van Psalmen 60:7
'Gilead is Mijn en Manasse is Mijn, Efraïm is de sterkte van Mijn hoofd, Juda is Mijn scepterstaf.' (HSV)
Gods eigendomsrecht over Israël
In Psalmen 60:7 spreekt God zelf en verklaart Hij Zijn eigendomsrecht over verschillende delen van het Israëlitische volk. Dit vers vormt het hart van Gods antwoord op de nood en het gebed van Zijn volk. Na verzen van klacht en nood, horen we nu Gods stem die Zijn onwankelbare soevereiniteit bevestigt.
Betekenis van de geografische namen
Gilead verwijst naar het vruchtbare bergachtige gebied ten oosten van de rivier de Jordaan. Dit gebied was bekend om zijn balsem en was economisch zeer waardevol. Door te zeggen 'Gilead is Mijn' benadrukt God dat zelfs de rijkste gebieden van het land Hem toebehoren.
Manasse was een van de grootste stammen van Israël, die zich uitstrekte over beide zijden van de Jordaan. Deze stam vertegenwoordigde kracht en uitgestrektheid in het noordelijke gebied.
Militaire en politieke macht
Efraïm wordt 'de sterkte van Mijn hoofd' genoemd. Het Hebreeuwse woord voor sterkte (מָעוֹז, maoz) betekent letterlijk 'vesting' of 'bolwerk'. Efraïm was inderdaad de machtigste noordelijke stam en leverde veel militaire leiders. Als 'sterkte van het hoofd' symboliseert Efraïm Gods beschermende en militaire macht.