De Tekst van Psalmen 53:1
Psalmen 53:1 luidt in de Statenvertaling: 'Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Machalath. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God! Zij handelen verderfelijk, zij bedrijven gruwelijke ongerechtigheid; er is niemand, die goed doet.'
Betekenis van Sleutelwoorden
Het Hebreeuwse woord voor 'dwaas' is nabal (נבל), wat niet zozeer intellectuele beperking aanduidt, maar eerder morele verdorvenheid en praktische goddeloosheid. Een nabal is iemand die bewust God's autoriteit verwerpt en leeft alsof God niet bestaat.
De uitdrukking 'zegt in zijn hart' wijst op de innerlijke overtuiging en levenshouding. Het Hebreeuwse woord leb (לב) voor 'hart' omvat het hele innerlijke leven: gedachten, emoties en wil.
Theologische Betekenis
Deze psalm is bijna identiek aan Psalm 14, wat de universaliteit van de boodschap benadrukt. David beschrijft hier niet zozeer theoretische atheïsten, maar praktische goddeloosheid - mensen die leven alsof God er niet toe doet.
De progressie in het vers is opvallend: het begint met de innerlijke houding ('zegt in zijn hart'), gevolgd door het morele verval ('handelen verderfelijk') en eindigt met de algehele corruptie ('er is niemand die goed doet').