De tekst van Psalmen 51:2
"Was mij grondig schoon van mijn ongerechtigheid, reinig mij van mijn zonde." (NBV)
Dit vers vormt het hart van Davids smeekbede om vergeving en staat centraal in een van de meest krachtige boetepsalmen in de Bijbel.
Hebreeuwse woordstudie
Het Hebreeuwse vers bevat twee parallelle verzoeken die samen de diepte van Davids verlangen naar reiniging uitdrukken:
כבסני הרבה (kaveseni harbeh) - "was mij grondig": Het werkwoord kavas betekent letterlijk "wassen" of "reinigen", zoals men kleren wast. Het woord harbeh ("veel" of "grondig") benadrukt de intensiteit van de gewenste reiniging.
טהרני (tahareni) - "reinig mij": Dit werkwoord komt uit de sfeer van rituele reinheid en verwijst naar het wegwassen van onreinheid die iemand van God scheidt.
Literaire structuur
David gebruikt hier een poëtische parallellie, een veelvoorkomend stijlmiddel in de Psalmen. De tweede helft van het vers herhaalt en versterkt de boodschap van de eerste helft:
- "Was mij schoon" wordt versterkt door "reinig mij"
- "Ongerechtigheid" wordt gepaard met "zonde"
Deze herhaling benadrukt de urgentie en diepte van Davids berouw.