De tekst van Psalmen 51:16
Psalmen 51:16 luidt in de NBV: 'Want U hebt geen genoegen aan offers, anders zou ik ze brengen; brandoffers bevallen U niet.' In de Statenvertaling staat: 'Want Gij hebt geen lust in slachtoffer, anders zou ik het geven; in brandoffer vindt Gij geen behagen.'
Woordbetekenis en oorspronkelijke tekst
Het Hebreeuwse woord voor 'slachtoffer' is zebach (זבח), wat verwijst naar de vredeoffers en dankoffers die in de tempel gebracht werden. Het woord voor 'brandoffer' is olah (עלה), wat letterlijk 'dat wat opstijgt' betekent en verwijst naar het offer dat volledig op het altaar verbrand werd.
Het werkwoord 'behagen hebben' komt van het Hebreeuwse chaphets (חפץ), wat duidt op verlangen of plezier hebben in iets. David erkent hier dat God geen werkelijke vreugde put uit de rituele offers op zich.
Context binnen Psalm 51
Dit vers vormt het hart van Davids boetepsalm. Na zijn confrontatie met profeet Nathan over zijn zonde met Batseba en de moord op Uria, komt David tot diep berouw. In de verzen ervoor smeekt hij om vergeving en reiniging. Vers 16 markeert een keerpunt waarin David inziet dat ware boetedoening meer inhoudt dan religieuze handelingen.