De tekst van Psalmen 4:2
Psalm 4:2 luidt in de Statenvertaling: "Gij mannen! hoe lang zal mijn eer tot schande zijn? Hoe lang zult gij de ijdelheid beminnen, en de leugen zoeken? Sela." De NBV vertaalt: "Mensen van aanzien, hoe lang nog bezoedelt u mijn eer? Waarom houdt u van leugens en zoekt u het bedrog?"
Woordstudie en betekenis
Het Hebreeuwse woord voor "mannen" is "benê-îsh" (בְּנֵי־אִישׁ), letterlijk "zonen van een man", wat verwijst naar mensen van status en aanzien. David richt zich hier specifiek tot invloedrijke personen die hem kwaad doen.
Het woord "eer" (כָּבוֹד, kavod) is een belangrijk theologisch begrip dat verwijst naar David's reputatie, waardigheid en goddelijke roeping als koning. Zijn "eer" wordt tot "schande" (קְלִמָּה, qelimmah) gemaakt door valse beschuldigingen.
"IJdelheid" (רִיק, riq) betekent letterlijk "leegte" of "zinloosheid". Dit verwijst naar valse beschuldigingen en nutteloze plannen tegen Gods gezalfde.
Context binnen Psalm 4
Psalm 4 is een avondgebed waarin David, mogelijk tijdens Absaloms opstand, zijn nood uitstort voor God. Vers 2 vormt een directe confrontatie met zijn tegenstanders, terwijl de psalm begint met een beroep op God (vers 1) en eindigt met vertrouwen en vrede (vers 8).