De tekst van Psalmen 37:21
Psalmen 37:21 luidt in de Statenvertaling: "De goddeloze leent, en geeft niet weder; maar de rechtvaardige is genadig en geeft." Deze vers vormt een scherp contrast tussen twee verschillende levensstijlen en karakters.
Betekenis van de sleutelwoorden
Het Hebreeuwse woord voor "goddeloze" is rasha (רשע), wat verwijst naar iemand die moreel verkeerd handelt en zich niet aan Gods wetten houdt. Het werkwoord "lenen" (lavah) betekent letterlijk "zich hechten aan" of "afhankelijk worden van".
Het woord "rechtvaardige" is tsaddiq (צדיק), wat duidt op iemand die in overeenstemming leeft met Gods normen. Het werkwoord "genadig zijn" (chanan) betekent gunst bewijzen of medelijden tonen.
Context binnen Psalm 37
Deze psalm is een wijsheidspsalm die geschreven werd door David. Het hele hoofdstuk behandelt de schijnbare tegenstelling tussen de voorspoed van goddelozen en het lijden van rechtvaardigen. Vers 21 illustreert dit contrast door te laten zien hoe beide groepen omgaan met financiële verantwoordelijkheden.
Theologische betekenis
Dit vers toont niet alleen een praktisch verschil in gedrag, maar onthult ook de innerlijke gesteldheid van het hart. De goddeloze toont een egoïstische houding - hij neemt maar geeft niet terug. Dit wijst op een gebrek aan integriteit en verantwoordelijkheidsgevoel.