De tekst van Psalmen 21:6
Psalmen 21:6 luidt in de NBV: "U maakt hem tot een bron van zegen voor eeuwig, u verheugt hem met vreugde in uw tegenwoordigheid." Dit vers vormt het hoogtepunt van een dankpsalm waarin Gods zegen over de koning gevierd wordt.
Woordbetekenis en tekstanalyse
Het Hebreeuwse woord voor "zegeningen" is ברכות (berakot), het meervoud van ברכה (berakhah). Dit wijst niet alleen op het ontvangen van zegen, maar op het zijn van een bron van zegen voor anderen. Het woord לעד (le'ad) betekent "voor eeuwig" en benadrukt de blijvende aard van deze zegen.
Het werkwoord תחדהו (techaddehu) komt van חדה (chadah) en betekent "blij maken" of "doen verheugen". De vreugde komt specifiek door Gods "aangezicht" (פניך, panekha), wat Gods nabije tegenwoordigheid aanduidt.
Context binnen Psalm 21
Psalm 21 is een koningspsalm die de zegen van JHWH over de gezalfde koning viert. Het vers volgt op beschrijvingen van militaire overwinningen en goddelijke gunst. Vers 6 toont de diepste dimensie van deze zegen: de koning wordt zelf een kanaal van Gods zegen voor het volk.
Theologische betekenis
Dit vers openbaart een fundamenteel principe van Gods koninkrijk: degenen die God zegent, worden op hun beurt tot zegen voor anderen. De koning is niet alleen ontvanger van zegen, maar wordt door God gebruikt als middel om zegen uit te delen. De eeuwige dimensie wijst op Gods onveranderlijke trouw aan Zijn beloften.