De tekst van Psalmen 119:8
Psalmen 119:8 luidt: "Uw inzettingen zal ik houden; verlaat mij niet ten enenmale!" (Statenvertaling) of "Ik zal uw verordeningen onderhouden - verlaat mij toch niet helemaal!" (NBV). Dit vers vormt de afsluiting van de eerste stanza van de langste psalm in de Bijbel.
Betekenis van belangrijke woorden
Het Hebreeuwse woord voor 'inzettingen' of 'verordeningen' is chuqqim (חֻקִּים). Dit woord verwijst naar Gods vastgestelde wetten en verordeningen - niet alleen de ceremoniele wetten, maar alle goddelijke instructies voor het leven. Het grondwoord 'chaqaq' betekent 'inschroeien' of 'in steen beitelen', wat de permanente en onveranderlijke aard van Gods wetten benadrukt.
De uitdrukking 'verlaat mij niet ten enenmale' toont de diepe afhankelijkheid van de psalmist van Gods aanwezigheid en hulp.
Context binnen Psalm 119
Psalm 119 is een alfabetische psalm (acrosticon) waarin elke stanza begint met een opeenvolgende letter van het Hebreeuwse alfabet. Vers 8 vormt het slot van de eerste sectie (Aleph, verzen 1-8). De hele psalm draait om Gods Woord en wet, waarbij acht verschillende Hebreeuwse woorden worden gebruikt om naar Gods instructies te verwijzen.