De Tekst van Psalmen 106:26
Psalmen 106:26 luidt: "Daarom hief Hij Zijn hand tegen hen op, om hen neer te vellen in de woestijn." Dit vers vormt een keerpunt in psalm 106, waar Gods geduld overgaat in rechtvaardige toorn vanwege Israëls voortdurende rebellie.
Betekenis van Belangrijke Woorden
Het Hebreeuwse woord voor "hief Hij Zijn hand op" is nasa yad, wat letterlijk betekent "de hand verheffen". In de Bijbelse context is dit een juridische term die gebruikt wordt voor het afleggen van een plechtige eed of het uitspreken van een oordeel. God verheft hier Zijn hand niet in zegen, maar in oordeel.
Het woord "neer te vellen" (hippil) betekent letterlijk "laten vallen" of "doen sterven". Dit duidt op een definitief, oonomkeerbaar oordeel.
Historische Context in Psalm 106
Psalm 106 beschrijft Israëls geschiedenis als een cyclus van Gods genade en het volk's ongehoorzaamheid. Vers 26 refereert specifiek aan de gebeurtenissen beschreven in Numeri 14, toen Israël weigerde het Beloofde Land binnen te gaan na het negatieve rapport van de verkenners.
De psalm noemt verschillende rebellies: de aanbidding van het gouden kalf (vs. 19-22), de murmuring bij Mera en Massa (vs. 32-33), en de aanbidding van Baäl-Peor (vs. 28-31). Vers 26 vormt de climax van deze opsomming van rebellies.