De tekst van Openbaring 7:6
Openbaring 7:6 luidt: 'uit de stam Aser twaalf duizend, uit de stam Nafthali twaalf duizend, uit de stam Manasse twaalf duizend.' Dit vers is onderdeel van de opsomming van de 144.000 verzegelden uit alle stammen van Israël.
Context in Openbaring 7
Openbaring 7:6 staat in het hart van Johannes' visioen over Gods bescherming van zijn volk. Na de opening van zes zegels in hoofdstuk 6, waarin Gods oordeel wordt aangekondigd, ziet Johannes hoe God zijn uitverkorenen beschermt door hen te 'verzegelen' voordat de grote verdrukking losbarst. Van elke stam van Israël worden precies 12.000 mensen verzegeld, wat tot een totaal van 144.000 komt.
De betekenis van de genoemde stammen
Aser betekent 'geluk' of 'vreugde' en was een van de zonen van Jakob bij Zilpa, Lea's dienstmaagd. De stam Aser kreeg een vruchtbaar gebied in het noorden van het Beloofde Land toegewezen.
Nafthali betekent 'worsteling' en was een zoon van Jakob bij Bilha, Rachel's dienstmaagd. Deze stam kreeg een bergachtig gebied in het noorden.
Manasse was een van de twee zonen van Jozef en kreeg samen met zijn broer Efraïm een erfenis in Israël. Opvallend is dat in deze lijst Manasse wordt genoemd in plaats van zijn vader Jozef, en dat Efraïm helemaal ontbreekt.
Theologische interpretaties
Geleerden interpreteren deze passage op verschillende manieren: