De gehoorzaamheid van de dochters van Zelofehad
Numeri 36:10 luidt: "Zoals de HEER Mozes geboden had, zo deden de dochters van Zelofehad." Dit vers vormt de afsluiting van een belangrijk verhaal over erfrecht, gehoorzaamheid en Gods wijsheid in het regelen van maatschappelijke vraagstukken.
Context van het verhaal
De dochters van Zelofehad - Machla, Tirsa, Chogla, Milka en Noa - hadden eerder in Numeri 27 een unieke rechtszaak gewonnen. Hun vader was gestorven zonder mannelijke erfgenamen, en zij vroegen Mozes om het recht te erven. God gaf door Mozes de uitspraak dat zij inderdaad mochten erven.
Echter, in Numeri 36 kwam er een nieuwe complicatie. De stamhoofden van de stam Manasse maakten bezwaar: als deze vrouwen zouden trouwen met mannen uit andere stammen, zou het erfland van Manasse naar andere stammen overgaan. Dit zou de oorspronkelijke verdeling van het Beloofde Land verstoren.
Gods oplossing
De HEER gaf door Mozes een wijze oplossing: de dochters mochten trouwen met wie zij wilden, maar alleen binnen hun eigen stam. Op deze manier bleven zowel hun erfrecht als de stamgrenzen intact. Vers 10 toont hun gehoorzaamheid aan deze goddelijke instructie.