Tekst van Numeri 35:3
'En die steden zullen hun zijn tot inwoning, en de bijbehorende weidegronden zullen zijn voor hun rundvee en voor hun bezit en voor al hun dieren.' (NBG51)
Betekenis van de Hebreeuwse woorden
Het Hebreeuwse woord 'arîm (steden) verwijst naar de 48 steden die aan de Levieten werden toegewezen. Het woord migrāsh (weidegronden) betekent letterlijk 'uitgangsplaatsen' of 'open ruimten' - gebieden rondom de steden die gebruikt werden voor het grazen van vee.
Het woord miqneh (rundvee/vee) komt van de wortel die 'verwerven' of 'bezitten' betekent, wat benadrukt dat dit om eigendom gaat, niet om wilde dieren.
Context binnen Numeri 35
Numeri 35:3 staat in het hart van Gods instructies over de Levietensteden. Terwijl de andere elf stammen van Israël elk hun eigen territorium ontvingen als erfenis, kregen de Levieten geen aaneengesloten landgebied. In plaats daarvan werden zij verspreid over het hele land in 48 speciaal aangewezen steden.
Dit vers maakt het onderscheid duidelijk tussen twee functies: de steden zelf dienden als woonplaatsen voor de Levietische families, terwijl de omliggende weidegronden praktische ruimte boden voor hun vee en bezittingen. Deze regeling toont Gods wijsheid in het voorzien in zowel de geestelijke roeping als de materiële behoeften van de Levieten.