De tekst van Numeri 30:3
Numeri 30:3 luidt: 'Als iemand een gelofte doet aan de HEERE of zich met een eed verbindt om zich iets te ontzeggen, dan mag hij zijn woord niet breken; hij moet handelen naar alles wat uit zijn mond is gekomen.'
Betekenis van kernwoorden
Het Hebreeuwse woord voor 'gelofte' is neder, wat een vrijwillige verbintenis aan God betekent. Het woord voor 'eed' (shebu'ah) verwijst naar een plechtige belofte waarbij God als getuige wordt aangeroepen. 'Zijn woord niet breken' komt van het Hebreeuwse lo yachel, letterlijk 'hij zal niet ontheiligen' - dit toont hoe heilig God geloften beschouwt.
Context binnen Numeri 30
Dit vers opent een belangrijk hoofdstuk over geloften en eden. Na de instructies over offers en feesten in de voorgaande hoofdstukken, richt Mozes zich nu op persoonlijke verbintenissen met God. Het vers stelt het algemene principe vast dat geldt voor alle mensen: geloften aan God zijn bindend en heilig.
Theologische betekenis
Deze tekst benadrukt de heiligheid van onze woorden wanneer we ons tot God wenden. Een gelofte was niet zomaar een wens of voornemen, maar een plechtige verbintenis die de persoon bond aan God zelf. Het principe dat 'ja ja betekent en nee nee' (Matteüs 5:37) vindt hier zijn oorsprong.