De tekst van Numeri 30:10
Numeri 30:10 luidt: "Maar de gelofte van een weduwe en van een verstotenene: alles waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal voor haar vaststaan." (NBG) Dit vers vormt een belangrijk onderdeel van de wet betreffende geloften in hoofdstuk 30.
Context binnen Numeri 30
Hoofdstuk 30 van Numeri behandelt uitgebreid de wet betreffende geloften (Hebreeuws: neder) en beloften. De eerste verzen stellen het principe vast dat geloften heilig zijn en nagekomen moeten worden. Daarna worden specifieke regels gegeven voor verschillende groepen vrouwen in de Israëlitische samenleving.
De betekenis van vers 10
Dit vers behandelt een specifieke groep vrouwen: weduwen (Hebreeuws: almanah) en gescheiden vrouwen (Hebreeuws: gerushah). In tegenstelling tot ongetrouwde dochters (vers 3-5) en getrouwde vrouwen (vers 6-8), hebben deze vrouwen volledig juridische verantwoordelijkheid voor hun eigen geloften.
Juridische status in het oude Israël
In de patriarchale samenleving van het oude Israël was dit revolutionair. Terwijl andere vrouwen onder het gezag van vader of echtgenoot stonden, erkende de wet dat weduwen en gescheiden vrouwen als volwaardige juridische personen functioneerden. Hun geloften konden niet door een mannelijke autoriteit nietig verklaard worden.