De tekst van Numeri 29:6
Numeri 29:6 luidt: 'behalve het nieuwe maans brandoffer en zijn bijbehorend spijsoffer, en het voortdurend brandoffer en zijn bijbehorend spijsoffer, en hun bijbehorende plengoffers, naar hun verordening, tot een liefelijke reuk, een vuuroffer voor de HEERE.'
Context binnen Numeri 29
Dit vers staat in het midden van Gods instructies over de offers die gebracht moeten worden tijdens de Dag der Bazuinen (Jom Teruah), die we vandaag kennen als Rosh Hashana. Het hele hoofdstuk behandelt de verschillende feesten in het Joodse kalenderjaar en de specifieke offers die bij elke gelegenheid gebracht moeten worden.
Betekenis van de verschillende offers
Het vers noemt drie typen offers die naast de speciale feestoffers gebracht moeten worden:
Het nieuwe maans brandoffer (Hebreeuws: olat hachodesh) werd maandelijks bij elke nieuwe maan gebracht. Dit herinnerde het volk aan Gods trouw door de eeuwen heen.
Het voortdurend brandoffer (Hebreeuws: olat hatamid) was het dagelijkse offer dat elke ochtend en avond gebracht werd. Dit vormde de basis van de eredienst en symboliseerde de constante gemeenschap met God.
Spijs- en plengoffers begeleidden deze brandoffers en bestonden uit graan, olie en wijn - de vruchten van het land die God had gegeven.