De Tweede Volkstelling van Issachar
Numeri 26:25 vormt het sluitstuk van de telling van de stam Issachar tijdens de tweede volkstelling in de woestijn: 'Dit zijn de geslachten van Issachar naar hun getelden: vier en zestigduizend driehonderd.' Dit vers markeert een cruciaal moment in de geschiedenis van Israël, vlak voor het binnengaan van het Beloofde Land.
Betekenis van het Getal
Het getal 64.300 vertegenwoordigt alle mannelijke Israëlieten van twintig jaar en ouder uit de stam Issachar die geschikt waren voor militaire dienst. Dit was een toename ten opzichte van de eerste volkstelling in Numeri 1:29, waar Issachar 54.400 mannen telde - een groei van bijna 10.000 mannen ondanks de veertig jaar in de woestijn.
De Stam Issachar
Issachar, de vijfde zoon van Jakob en Lea, werd gekarakteriseerd als een sterke ezel die rust zoekt (Genesis 49:14-15). De naam Issachar betekent 'beloning' of 'loon' in het Hebreeuws (שָׂכָר). Deze stam zou later bekendstaan om hun wijsheid en kennis van de tijden (1 Kronieken 12:32).
Theologische Betekenis
Deze volkstelling toont Gods trouw aan Zijn verbondsbeloften. Ondanks jaren van rebellie, oordeel en woestijnzwerving, had God Zijn volk bewaard en laten groeien. Het feit dat Issachar was toegenomen, spreekt van Gods zegen en voorbereiding voor de verovering van Kanaän.