De families van Simeon in Numeri 26:12
Numeri 26:12 luidt: 'De zonen van Simeon, naar hun geslachten: van Nemuël het geslacht der Nemuëlieten; van Jamin het geslacht der Jaminieten; van Jachin het geslacht der Jachinieten.' Dit vers vormt onderdeel van de tweede volkstelling van Israël, vlak voor de intocht in het beloofde land.
Context van de tweede volkstelling
Hoofdstuk 26 beschrijft de tweede census die Mozes en Eleazar uitvoerden in de vlakten van Moab. Deze telling vond plaats ongeveer 38 jaar na de eerste volkstelling in Numeri 1. De generatie die uit Egypte was getrokken, was grotendeels gestorven in de woestijn vanwege hun ongeloof en opstandigheid.
De betekenis van de namen
De drie families van Simeon die genoemd worden, hebben elk een specifieke betekenis:
- Nemuël (נמואל): mogelijk betekenis 'God is aangenaam' of 'dag van God'
- Jamin (ימין): betekent 'rechterhand', wat kracht en voorrecht symboliseert
- Jachin (יכין): betekent 'Hij zal vestigen' of 'Hij zal bevestigen'
Simeons positie onder de stammen
De stam Simeon was een van de kleinere stammen van Israël. In Genesis 49:5-7 sprak Jakob een vervloeking uit over Simeon en Levi vanwege hun gewelddadige optreden in Sichem. Dit verklaart waarom Simeon later verspreeid werd onder de andere stammen.