De tekst en betekenis
Numeri 25:3 luidt: "Zo verbond Israël zich met de Baäl van Peor, en de HEER werd woedend op Israël." Het Hebreeuwse werkwoord צמד (tsemed) betekent letterlijk 'zich vasthechten aan' of 'zich verbinden met', wat een sterke geestelijke verbintenis aanduidt.
Baäl-Peor: een heidense god
Baäl-Peor was een Kanaänitische vruchtbaarheidsgod die vereerd werd op de berg Peor in Moab. De naam 'Baäl' betekent 'heer' of 'eigenaar'. Deze god werd aangeroepen voor vruchtbaarheid van gewassen, vee en mensen. De eredienst ging vaak gepaard met seksuele rituelen en offers.
Historische context: verleiding in Sittim
Dit vers staat in het verhaal van Israëls verblijf in Sittim (vers 1), vlak voor de intocht in het Beloofde Land. Het volk liet zich verleiden door Moabietische vrouwen tot hoererij en deelname aan hun offers (vers 2). Deze verleiding was geen toeval - Bileam had de Moabieten geadviseerd Israël op deze manier ten val te brengen (Numeri 31:16).
Gods toorn en heiligheid
De 'woede van de HEER' (חרה אף יהוה) toont Gods heilige toorn tegen afgoderij. Als het uitverkoren volk verbrak Israël het eerste gebod door andere goden te dienen. Deze geestelijke ontrouw bedreigde hun roeping als heilig volk.