De Geboorte in Betlehem
Mattheus 2:1 opent het beroemde verhaal van de wijzen met een precieze tijd- en plaatsaanduiding: 'Nadat Jezus geboren was in Betlehem in Judea, ten tijde van koning Herodes.' Deze opening is niet toevallig - Mattheus toont direct dat Jezus' geboorte de vervulling is van de messiaanse profetie uit Micha 5:2, waarin Betlehem wordt genoemd als de geboorteplaats van de toekomstige heerser over Israël.
Betlehem, letterlijk 'huis van brood' in het Hebreeuws, ligt ongeveer 10 kilometer ten zuiden van Jeruzalem. Deze kleine stad was de geboorteplaats van koning David en wordt daarom ook wel de 'Stad van David' genoemd. Door Jezus' geboorte hier te situeren, benadrukt Mattheus Jezus' davidische afkomst en zijn recht op de messiaanse titel.
Koning Herodes de Grote
De vermelding van 'koning Herodes' plaatst de gebeurtenis in een specifieke historische context. Herodes de Grote regeerde van 37-4 v.Chr. over Judea onder Romeins gezag. Hij stond bekend om zijn indrukwekkende bouwprojecten, waaronder de herbouw van de tempel in Jeruzalem, maar ook om zijn paranoia en wreedheid jegens potentiële rivalen. Deze karaktertrek wordt later in het hoofdstuk duidelijk wanneer hij de kindermoord in Betlehem beveelt.