De context van Mattheus 11:5
Mattheus 11:5 vormt het hart van Jezus' antwoord aan Johannes de Doper, die vanuit de gevangenis leerlingen had gestuurd om te vragen: 'Bent u degene die komen zou, of moeten we op een ander wachten?' (vers 3). Jezus antwoordt niet direct met 'ja', maar wijst naar zijn daden als bewijs van zijn messiaanse identiteit.
Analyse van de tekst
De tekst somt zes categorieën van goddelijke activiteit op:
Fysieke genezing:
- 'Blinden krijgen hun gezichtsvermogen terug' (Grieks: τυφλοὶ ἀναβλέπουσιν)
- 'Kreupelen lopen weer' (χωλοὶ περιπατοῦσιν)
- 'Melaatsen worden gereinigd' (λεπροὶ καθαρίζονται)
- 'Doven horen weer' (κωφοὶ ἀκούουσιν)
Opwekking uit de dood:
- 'Doden staan op' (νεκροὶ ἐγείρονται)
Geestelijke verlossing:
- 'Aan armen wordt het goede nieuws verkondigd' (πτωχοὶ εὐαγγελίζονται)
Vervulling van Oude Testament profetieën
Jezus verwijst expliciet naar messiaanse profetieën uit Jesaja. Vooral Jesaja 35:5-6 ('Dan gaan de ogen der blinden open en de oren der doven worden geopend. Dan springt de kreupele als een hert') en Jesaja 61:1 ('Hij heeft mij gezalfd om aan armen het goede nieuws te brengen').
Deze verwijzingen waren voor joodse hoorders direct herkenbaar als tekenen van de messiaanse tijd. Jezus toont hiermee dat het koninkrijk van God in hem werkelijkheid wordt.