Tekst van Leviticus 21:7
Leviticus 21:7 luidt: 'Een hoer of onteerde vrouw mogen zij niet tot vrouw nemen, evenmin als een vrouw die door haar man verstoten is, want de priester is heilig voor zijn God.'
Context binnen Leviticus 21
Dit vers staat in het hart van de heiligheidswetten voor de Aäronieten priesters. Leviticus 21 beschrijft de speciale vereisten die God stelde aan degenen die Hem dienden in de tabernakel en later de tempel. Deze regels gingen verder dan die voor gewone Israëlieten en benadrukte de heilige roeping van het priesterschap.
Betekenis van de Hebreeuwse woorden
Het Hebreeuwse woord voor 'hoer' is 'zonah', wat zowel letterlijke prostitutie als seksuele immoraliteit in het algemeen kon betekenen. 'Onteerde vrouw' verwijst naar 'challalah', letterlijk 'ontheiligde' - een vrouw wiens eer of kuisheid geschonden was. Het woord 'heilig' is 'qadosh', wat 'afgezonderd' of 'apart gezet' betekent voor Gods dienst.
Theologische betekenis
Deze huwelijksregels voor priesters illustreren het principe dat Gods dienaren een hoger moreel standard moesten handhaven. De priester vertegenwoordigde het volk voor God en God voor het volk. Zijn persoonlijke leven, inclusief zijn huwelijk, moest deze heilige roeping weerspiegelen. Dit ging niet om discriminatie, maar om het handhaven van symbolische zuiverheid in Gods dienst.