De Verdeling van het Land aan Manasse (Jozua 17:1-13)
Jozua 17 beschrijft de verdeling van het Beloofde Land aan de stam Manasse, een van de zonen van Jozef. Dit hoofdstuk toont zowel Gods trouw aan Zijn beloften als de uitdagingen die het volk Israël tegenkwam bij het in bezit nemen van hun erfenis.
De stam Manasse was bijzonder omdat zij land aan beide zijden van de Jordaan ontvingen. De oostelijke helft had al eerder hun erfenis gekregen ten tijde van Mozes, maar nu ontvingen ook de westelijke families van Manasse hun deel. Dit toont Gods rijke voorziening en de vervulling van Zijn beloften aan de nakomelingen van Jozef.
De Dochters van Selofhad: Een Verhaal van Rechtvaardigheid (Jozua 17:3-6)
Een opmerkelijk deel van dit hoofdstuk betreft de dochters van Selofhad: Machla, Noa, Hogla, Milka en Tirsa. Omdat hun vader geen zonen had, eisten zij hun erfrecht op volgens de wet die Mozes had vastgesteld (Numeri 27:1-11). Hun moed om voor hun rechten op te komen resulteerde in rechtvaardigheid en toont Gods hart voor gelijkheid en rechtvaardigheid.
Dit verhaal benadrukt dat Gods plan niet beperkt wordt door culturele conventies, maar dat Hij rechtvaardigheid en gelijkheid waardeert. De dochters van Selofhad werden niet vergeten in Gods plan voor de verdeling van het land.