Jona 1 in het kort: Jona 1 telt in de Statenvertaling zeventien verzen. God draagt Jona, wiens naam in het Hebreeuws duif betekent, op om naar de grote stad Ninevé te gaan en tegen haar te prediken. Jona vlucht per schip naar Tarsis, de HEERE werpt een grote wind op de zee, het lot valt op Jona, de zeelieden werpen hem overboord en de HEERE beschikt een grote vis die hem inslokt.
Jona 1 in de Statenvertaling en de HSV: let op de versnummering
De tekst op deze site is de Statenvertaling; u leest het hoofdstuk op Jona 1. Juist bij Jona loopt de indeling per vertaling uiteen. De Statenvertaling zet de grote vis nog in hoofdstuk 1: De HEERE nu beschikte een groten vis, om Jona in te slokken; en Jona was in het ingewand van den vis, drie dagen en drie nachten (vers 17). Veel moderne vertalingen volgen de Hebreeuwse indeling en plaatsen datzelfde vers aan het begin van het volgende hoofdstuk, als Jona 2:1. Kunt u Jona 1:17 in uw vertaling niet vinden, kijk dan bij Jona 2:1; het gebed van Jona begint in de Statenvertaling in Jona 2:1 en schuift dan mee naar Jona 2:2. De Herziene Statenvertaling (HSV) geeft dezelfde grondtekst in hedendaags Nederlands.
Inleiding tot Jona 1
Jona hoofdstuk 1 opent het bekende verhaal van de profeet die probeerde te vluchten voor Gods opdracht. Dit hoofdstuk toont ons de spanning tussen Gods wil en menselijke weerstand, en laat zien hoe God zelfs ongehoorzaamheid gebruikt voor Zijn hogere doeleinden.