Inleiding tot Job hoofdstuk 15
Job hoofdstuk 15 markeert het begin van de tweede ronde in het debat tussen Job en zijn vrienden. Na Jobs emotionele klacht in hoofdstukken 12-14, waar hij Gods wijsheid betwistte en vroeg om rechtvaardiging, reageert Elifaz de Temaniet met scherpe kritiek. Deze tweede rede van Elifaz is harder en minder meevoelend dan zijn eerste woorden in hoofdstukken 4-5.
Elifaz beschuldigt Job van hoogmoed (verzen 1-16)
Elifaz begint zijn rede met harde beschuldigingen. Hij verwijt Job dat hij spreekt met 'loze wijsheid' en zijn buik vult met 'oostenwind' (vers 2-3). Deze beeldspraak verwijst naar hete, droge wind die geen verkoeling brengt - zo zijn volgens Elifaz Jobs woorden nutteloos.
Bijzonder scherp is Elifaz' beschuldiging dat Job de vroomheid ondermijnt en de godsdienst schaadt (vers 4). Hij stelt dat Jobs woorden zijn mond verraden en bewijzen dat hij zondig is (vers 5-6). Deze omkering is opmerkelijk: waar Job onschuldig lijden claimt, ziet Elifaz zijn woorden als bewijs van schuld.
In verzen 7-9 daagt Elifaz Job uit met retorische vragen: 'Ben jij de eerste mens die geboren werd?' en 'Ben jij wijzer dan wij?' Hij suggereert dat Job zich verheft boven de traditionale wijsheid en de ervaring van ouderen.