De tekst van Job 13:8
In Job 13:8 stelt Job een scherpe vraag aan zijn drie vrienden: "Zult gij Zijn aangezicht aannemen? Zult gij voor God pleiten?" (HSV). Dit vers vormt het hoogtepunt van Job's kritiek op de manier waarop zijn vrienden proberen God te verdedigen.
Woordbetekenis en context
Het Hebreeuwse "aangezicht aannemen" (נשא פנים - nasa panim) betekent letterlijk "het gelaat opheffen" en verwijst naar partijdigheid of het bevoordelen van iemand. In juridische context betekent het het accepteren van steekpenningen of het tonen van ongepaste gunst. Job beschuldigt zijn vrienden ervan dat zij God op een verkeerde manier verdedigen.
Het woord "pleiten" (ריב - riv) heeft een sterke juridische connotatie. Het gaat om het voeren van een rechtszaak of het verdedigen van iemand in een geschil. Job suggereert dat zijn vrienden advocaat spelen voor God, maar dit op een oneerlijke manier doen.
De context van Job's woede
Job's vrienden - Elifaz, Bildad en Zofar - zijn gekomen om hem te troosten na zijn grote rampen. Echter, in plaats van troost te bieden, beschuldigen zij Job ervan dat zijn lijden het gevolg is van zijn zonden. Zij denken God te verdedigen door te beweren dat Hij altijd rechtvaardig handelt en daarom Job's lijden gerechtvaardigd moet zijn.