De tekst van Jesaja 47:13
"Gij zijt moede geworden door de veelheid uwer raadslagen; laat nu opstaan de bezweerders des hemels, die in de sterren kijken, die naar de nieuwe manen verkondigen; en laat ze u verlossen van hetgeen over u komen zal." (Statenvertaling)
Literaire en theologische analyse
Jesaja 47:13 vormt het hoogtepunt van Gods ironische aanklacht tegen Babylon. Het Hebreeuwse woord etsah (raadslagen) verwijst naar de talloze adviezen en plannen die Babylon had verzameld van hun wijzen en raadgevers. Het werkwoord yaga (moede geworden) benadrukt de uitputting die voortkomt uit het vertrouwen op menselijke wijsheid.
De "bezweerders des hemels" (hovrey shamayim) waren Babylonische astrologen die geloof hechtten aan hemelse tekenen. Het "kijken in de sterren" (chozey kokavim) verwijst naar de praktijk van astrologie, waarbij toekomstige gebeurtenissen voorspeld werden aan de hand van sterrenconstellaties.
Gods ironische uitdaging
Dit vers bevat een krachtige ironie. God daagt Babylon uit om redding te zoeken bij hun astrologen en waarzeggers, wetende dat deze hulpeloos zullen blijken. De uitdrukking "laat ze u verlossen" (yoshi'ukha) gebruikt hetzelfde Hebreeuwse werkwoord dat gewoonlijk voor Gods reddende werk wordt gebruikt. Dit benadrukt het contrast tussen werkelijke en valse redding.