De Tekst van Jesaja 46:6
'Ze gooien met goud en wegen zilver af, huren een goudsmid om er een god van te maken en buigen zich ervoor neer om hem te aanbidden.' (NBV)
Woordstudie en Betekenis
Het Hebreeuwse werkwoord 'זלל' (zalal) betekent letterlijk 'uitgieten' of 'wegwerpen', wat de zorgeloosheid benadrukt waarmee mensen kostbare metalen uitgeven aan zinloze afgoden. Het woord voor 'wegen' ('שקל' - shakal) verwijst naar de zorgvuldige handelspraktijk van die tijd, waarbij edelmetalen gewogen werden voor betaling.
De ironie is opvallend: mensen investeren zorgvuldig hun kostbaarste bezittingen in het maken van een 'god' die hen niet kan helpen. Het Hebreeuwse woord 'צרף' (tsaraf) voor goudsmid benadrukt de menselijke ambacht die nodig is om deze 'goden' te creëren.
Context binnen Jesaja 46
Dit vers staat centraal in Gods contrast tussen valse goden en Zichzelf. In vers 1-2 vallen de Babylonische goden Bel en Nebo, terwijl vanaf vers 3 God Zijn eigen trouw en draagkracht benadrukt. Vers 6 toont de absurditeit van afgodendienst: mensen maken hun eigen goden en aanbidden vervolgens hun eigen handenwerk.
Theologische Betekenis
Jesaja 46:6 illustreert de fundamentele dwaasheid van afgodendienst. Drie elementen zijn cruciaal:
1. Menselijke oorsprong: Deze goden zijn producten van menselijke handen
2. Materiële basis: Ze bestaan uit niets meer dan kostbare maar levenloze metalen
3. Valse aanbidding: Mensen buigen voor wat zij zelf gemaakt hebben