Tekst en Vertaling
Jesaja 41:7 luidt: 'De smid bemoedigt de goudsmid, degene die met de hamer platslaat bemoedigt degene die op het aambeeld slaat. Hij zegt van het soldeerwerk: Het is goed; en hij maakt het beeld vast met spijkers zodat het niet wankelt.'
Context in Jesaja 41
Dit vers staat midden in Gods rechtszaak tegen de natiën en hun afgoden. In Jesaja 41 daagt God de volken uit om hun goden naar voren te brengen en te bewijzen dat zij de toekomst kunnen voorspellen of handelend kunnen optreden. Vers 7 beschrijft ironisch het proces waarbij mensen hun eigen 'goden' vervaardigen.
Woordstudie en Betekenis
Het Hebreeuwse werkwoord chazaq (חזק) betekent 'versterken' of 'bemoedigen'. De ambachtslieden moedigen elkaar aan in hun werk - een detail dat de menselijke oorsprong van deze 'goden' benadrukt. Het woord voor 'vastmaken' (chazaq in een andere vorm) toont de paradox: een god die vastgespijkerd moet worden om niet om te vallen.
De beschrijving van verschillende ambachtslieden - smid, goudsmid, degene met de hamer - benadrukt het groepswerk dat nodig is om een afgod te maken. Geen enkele persoon kan alleen een 'god' maken.
Theologische Betekenis
De ironie in dit vers is scherp: hoe kan iets dat door mensenhanden gemaakt is en vastgespijkerd moet worden om niet om te vallen, een god zijn? Dit contrasteert sterk met de levende God die hemel en aarde geschapen heeft en alles in stand houdt.