De tekst van Jesaja 33:24
Jesaja 33:24 luidt in de NBV: 'Niemand die er woont zal zeggen: "Ik ben ziek." Het volk dat er woont zal vergiffenis van schuld ontvangen.' Dit vers vormt een krachtige afsluiting van Jesaja 33 en schildert een visioen van volledig heil.
Analyse van de Hebreeuwse woorden
Het Hebreeuwse woord חלה (chalah) betekent 'ziek zijn' of 'zwak zijn'. Het gaat hier om zowel lichamelijke als geestelijke ziekte. Het woord עון (awon) verwijst naar schuld of ongerechtigheid, niet alleen individuele zonden maar ook collectieve schuld van het volk.
Het werkwoord נשא (nasa) betekent letterlijk 'opheffen' of 'wegnemen' en wordt vaak gebruikt voor het vergeven van zonden. Dit is dezelfde wortel als in Jesaja 53:4 waar staat dat de Knecht onze krankheden heeft 'weggenomen'.
Context binnen Jesaja 33
Jesaja 33 begint met een 'wee' over de verwoester die zelf vernietigd zal worden (vers 1). Het hoofdstuk beschrijft Gods oordeel over de vijanden van zijn volk en eindigt met een visioen van het herstelde Sion. Vers 24 is het hoogtepunt: een tijd waarin alle ziekte en schuld zijn weggenomen.
De verzen 20-24 schetsen het ideale Jeruzalem als een plaats van veiligheid, waar God als koning regeert (vers 22) en waar volledige genezing en vergeving heerst (vers 24).