De tekst van Jesaja 17:3
Jesaja 17:3 luidt: 'Er komt een einde aan de vestingen van Efraïm en aan het koningschap van Damascus. Het overblijfsel van Aram zal zijn als de glorie van de Israëlieten' - spreekt de HEER van de heerscharen. (NBV)
Woordbetekenis en analyse
Het Hebreeuwse woord voor 'vestingen' (מִבְצָר, mivtsar) verwijst naar versterkte steden en verdedigingswerken. Deze vormden de militaire ruggengraat van het noordelijke koninkrijk Israël (Efraïm). Het 'koningschap' (מַמְלָכָה, mamlakah) van Damascus duidt op de politieke macht en onafhankelijkheid van dit Aramese rijk.
De uitdrukking 'als de glorie van de Israëlieten' is ironisch bedoeld. Op dat moment was Israëls glorie al sterk afgenomen door Gods oordeel. Aram zou dus hetzelfde lot ondergaan - van een machtig rijk tot een zwak overblijfsel.
Context in Jesaja 17
Dit vers vormt onderdeel van de profetie tegen Damascus (Jesaja 17:1-11). Jesaja voorspelt hier het oordeel over zowel Syrië als het noordelijke koninkrijk Israël, die een alliantie hadden gesloten tegen het opkomende Assyrische rijk.
De profeet benadrukt dat beide rijken hun politieke en militaire macht zullen verliezen. Hun bondgenootschap tegen Gods plan zal niet slagen.