De tekst van Jeremia 9:5
Jeremia 9:5 luidt in de Nieuwe Bijbelvertaling: 'Iedereen bedriegt zijn vriend, niemand spreekt de waarheid; ze hebben geleerd hun tong te laten liegen, ze maken zich moe met slecht doen.'
Woordbetekenis en oorspronkelijke tekst
Het Hebreeuwse woord voor 'bedriegen' is hatël (התל), wat duidt op misleiding door woorden. Het woord voor 'waarheid' is emet (אמת), een fundamenteel begrip in de Hebreeuwse Bijbel dat betrouwbaarheid, trouw en oprechtheid uitdrukt. De uitdrukking 'hun tong leren liegen' toont aan dat bedrog een bewuste keuze en gewoonte is geworden.
Context binnen Jeremia 9
Dit vers staat in het hart van Jeremia's klaaglied over de zonden van Juda. Het hoofdstuk beschrijft een samenleving waarin vertrouwen volledig is weggevallen. Jeremia schildert een beeld van totale morele ineenstorting waar zelfs de meest basale menselijke relaties zijn vergiftigd door leugen en bedrog.
Theologische betekenis
Jeremia 9:5 toont de ernst van leugen in Gods ogen. Waar God de waarheid zelf is (Johannes 14:6), wordt leugen gezien als een fundamentele aanval op Gods karakter. Het vers laat zien hoe zonde zich verspreidt: wat begint als individuele oneerlijkheid, groeit uit tot een cultuur van bedrog die de hele samenleving infecteert.
De uitdrukking 'ze maken zich moe met slecht doen' benadrukt de inspanning die zonde vereist. Mensen werken harder aan het kwaad dan aan het goede, wat de perversiteit van de zondige natuur onderstreept.