Tekst en Vertaling
Jeremia 48:46 luidt: 'Wee u, Moab! Het volk van Kemos is ten onder gegaan; uw zonen zijn in ballingschap weggevoerd, uw dochters gevankelijk weggenomen.' (NBV)
Context van Jeremia 48:46
Dit vers vormt onderdeel van Gods oordeel over Moab, het volk dat ten oosten van de Dode Zee woonde. Heel hoofdstuk 48 bevat een uitgebreide profetie tegen deze natie, die traditioneel vijand was van Israël. Moab stamde af van Lot, de neef van Abraham, maar had zich door de eeuwen heen verzet tegen Gods volk.
De Betekenis van Kemos
Kemos (Hebreeuws: כְּמוֹשׁ) was de nationale god van Moab. Door te zeggen dat 'het volk van Kemos ten onder is gegaan', benadrukt de profeet de totale nederlaag van Moab én de machteloosheid van hun god. Deze uitdrukking toont aan dat valse goden hun aanbidders niet kunnen beschermen tegen Gods oordeel.
Ballingschap en Gevangenschap
De woorden 'ballingschap' en 'gevangenschap' verwijzen naar de Babylonische praktijk om verslagen volkeren te deporteren. Net zoals Israël en Juda in ballingschap gingen, zou ook Moab dit lot ondergaan. De vermelding van zowel 'zonen' als 'dochters' benadrukt dat hele families uiteengerukt werden.
Profetische Vervulling
Historische bronnen bevestigen dat Moab inderdaad door de Babyloniërs werd overwonnen rond 582 v.Chr. Nebukadnezar II voerde zijn dreiging uit om alle omliggende naties te onderwerpen, inclusief Moab.