De tekst van Jeremia 35:3
'En ik nam Jaazanja, de zoon van Jeremia, de zoon van Habassinja, en zijn broeders en al zijn zonen en het hele huis van de Rechabieten.'
Profetische gehoorzaamheid in actie
Jeremia 35:3 toont ons de profeet Jeremia in directe gehoorzaamheid aan Gods opdracht uit vers 2. Het Hebreeuwse werkwoord 'laqach' (לקח) betekent 'nemen' of 'halen', en geeft de vastberadenheid weer waarmee Jeremia handelt. Hij aarzelt niet, maar voert Gods instructie onmiddellijk uit.
De personen in het vers
Het vers noemt specifiek Jaazanja (יַאֲזַנְיָה), wiens naam 'de HEER hoort' betekent. Opvallend is dat zijn vader ook Jeremia heette - een andere Jeremia dan de profeet zelf. Habassinja (חֲבַצִּנְיָה) betekent 'de HEER heeft vergaard'. Deze namen weerspiegelen het geloof van dit volk in Gods betrokkenheid bij hun leven.
De Rechabieten waren nakomelingen van Rechab en volgden de levensstijl die hun voorvader Jonadab ben Rechab hen had voorgeschreven: geen wijn drinken, in tenten wonen en geen landbouw bedrijven.
Theologische betekenis
Dit vers markeert het begin van een krachtige objectles over getrouwheid en gehoorzaamheid. Jeremia haalt de Rechabieten niet voor straf, maar om hun trouw te demonstreren tegenover Juda's ontrouw. De profeet wordt hier Gods instrument om een levende illustratie te creëren.