De tekst van Jeremia 32:6
Jeremia 32:6 luidt: 'Jeremia zei: Het woord van de HEER kwam tot mij:' (NBV). In de Statenvertaling staat: 'En Jeremia zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende:'
Betekenis van de woorden
De Hebreeuwse uitdrukking 'woord van de HEER' (דבר־יהוה, davar-YHWH) is een standaardformule in de profetische literatuur. Het woord 'davar' betekent niet alleen 'woord', maar ook 'zaak' of 'gebeurtenis'. Het duidt op een directe openbaring van God aan de profeet.
Het werkwoord 'kwam' (היה, hayah) betekent letterlijk 'gebeurde' of 'werd'. Dit benadrukt dat Gods woord een werkelijke gebeurtenis is, niet slechts een gedachte of ingeving.
Context in hoofdstuk 32
Dit vers vormt de inleiding tot een van de meest opmerkelijke episodes in Jeremia's leven. Terwijl Jeruzalem belegerd wordt door de Babyloniërs en de ondergang nabij is, ontvangt Jeremia de opdracht om land te kopen van zijn neef Hanamel. Deze schijnbaar zinloze daad wordt een krachtig teken van Gods belofte dat er een toekomst is voor Israël.
Theologische betekenis
Dit vers illustreert hoe God door profeten spreekt. Jeremia ontvangt niet zijn eigen inzichten, maar Gods woord. De formule benadrukt de autoriteit en betrouwbaarheid van de boodschap die volgt. Het toont ook Gods initiatief in de communicatie met mensen.
De timing is cruciaal: God spreekt hoop te midden van oordeel en verdriet.