De tekst van Jeremia 25:6
Jeremia 25:6 luidt: "En loopt niet achter andere goden aan om die te dienen en u voor hen neer te buigen; tart Mij niet door het werk uwer handen, dan zal Ik u geen kwaad doen."
Woordstudie en betekenis
De uitdrukking "loopt niet achter andere goden aan" (Hebreeuws: acharei elohim acherim) is een veelgebruikte frase in het Oude Testament die afgodendienst beschrijft. Het woord "achter...aangaan" suggereert een bewuste keuze om Gods geboden te verlaten en andere machten na te volgen.
De dubbele uitdrukking "dienen en zich neerbuigen" (Hebreeuws: avad en hishtachavah) benadrukt zowel de praktische dienst aan afgodsbeelden als de formele aanbidding ervan. Dit toont aan dat afgodendienst niet alleen een innerlijke houding betreft, maar ook uitwendige daden.
"Het werk uwer handen" verwijst naar handgemaakte afgodsbeelden. Deze ironische uitdrukking benadrukt de absurditeit van het aanbidden van iets dat mensen zelf hebben gemaakt. De profeet gebruikt dit vaak om de dwaasheid van afgodendienst te benadrukken.
Gods voorwaardelijke belofte
De laatste zin bevat een cruciale voorwaardelijke belofte: "dan zal Ik u geen kwaad doen". Dit toont Gods genade en geduld. Ondanks jarenlange ontrouw biedt Hij nog steeds herstel aan. De voorwaarde is duidelijk: stop met afgodendienst en keer terug tot de ware God.