De tekst van Jeremia 25:21
Jeremia 25:21 luidt in de Nieuwe Bijbelvertaling: 'Edom, Moab en de Ammonieten.' Deze korte vers is onderdeel van een langere opsomming van volken die Gods oordeel zullen ondergaan.
Context binnen hoofdstuk 25
Dit vers staat in het hart van Jeremia's profetie over 'de beker van de toorn' (vers 15). God gebiedt Jeremia om symbolisch een beker met wijn aan verschillende volken te geven - een beeld voor het komende oordeel. Jeremia 25:21 noemt drie specifieke buurvolken van Israël die dit oordeel zullen ondergaan.
De drie genoemde volken
Edom (Hebreeuws: אדום, 'Adom') waren de nakomelingen van Esau, Jakobs tweelingbroer. Zij woonden ten zuidoosten van de Dode Zee. Ondanks hun familieband met Israël waren de relaties vaak gespannen.
Moab (Hebreeuws: מואב, 'Moav') stamde af van Lots zoon en woonde ten oosten van de Dode Zee. Ook zij hadden een complexe relatie met Israël, soms bondgenoot, soms vijand.
De Ammonieten (Hebreeuws: עמון, 'Ammon') waren eveneens nakomelingen van Lot en woonden noordoost van Moab. Zij kwamen regelmatig in conflict met Israël.
Theologische betekenis
Deze profetie toont aan dat Gods oordeel universeel is. Zelfs volken met familierelaties tot Israël ontsnappen niet aan Gods rechtvaardigheid. Het benadrukt dat nabijheid tot Gods volk geen garantie is voor ontkoming aan het oordeel als er sprake is van ongerechtigheid.