Gods Oordeel over Geestelijk Rondzwerven
Jeremia 14:10 vormt een keerpunt in het gesprek tussen de profeet en God tijdens een tijd van nationale crisis. Terwijl Jeremia vurig pleit voor het volk in verzen 7-9, antwoordt God hier met een duidelijke verklaring waarom Hij hun gebeden niet zal verhoren.
Betekenis van Sleutelwoorden
Het Hebreeuwse woord לָנוּעַ (lanua) betekent 'rondzwerven' of 'wankelen'. Dit beschrijft niet alleen fysieke beweging, maar vooral geestelijke ontrouw. Het volk 'zwierf rond' tussen verschillende goden en religies, nooit trouw blijvend aan de HEER.
De uitdrukking 'hun voeten niet bedwongen' (רַגְלֵיהֶם לֹא חָשָׂכוּ) beeldt uit hoe zij geen zelfbeheersing toonden in hun afvalligheid. Zij gingen vrijelijk hun eigen weg, zonder enige rem op hun rebellie tegen God.
Context van Droogte en Oordeel
Dit vers staat in de context van een verschrikkelijke droogte (vers 1-6). Het volk zoekt God in hun nood, maar God wijst hun gebeden af. Hij verklaart dat hun huidige lijden het gevolg is van hun jarenlange geestelijke ontrouw.
De uitdrukking 'de HEER heeft geen genoegen in hen' (יְהוָה לֹא רָצָם) gebruikt het werkwoord רָצָה (ratsah), dat duidt op Gods welgevallen. Door hun voortdurende afvalligheid hebben zij Gods gunst verloren.