De Inrichting van het Heiligdom
Hebreeen 9:2 luidt: 'Want er werd een tent opgericht: de eerste ruimte, die 'het heiligdom' genoemd werd. Daarin stonden de kandelaar, de tafel en de toonbroden.' Deze tekst opent de gedetailleerde beschrijving van de tabernakel die de schrijver van Hebreeen gebruikt om de superioriteit van Christus' priesterschap te demonstreren.
De Eerste Ruimte: Het Heiligdom
Het Griekse woord voor 'tent' is skēnē, wat verwijst naar de tabernakel die God aan Mozes had opgedragen te bouwen. De 'eerste ruimte' (Grieks: prōtē skēnē) is het heiligdom, ook wel 'het heilige' genoemd, in tegenstelling tot het allerheiligste. Dit was de grotere voorste ruimte waar de priesters dagelijks hun dienst verrichtten.
De Drie Heilige Voorwerpen
De Kandelaar (Menorah)
De gouden zevenlampige kandelaar (Grieks: lychnia) stond aan de zuidkant van het heiligdom. Deze moest continu branden en symboliseerde Gods aanwezigheid en het licht van Zijn waarheid. In Exodus 25:31-40 vinden we de gedetailleerde instructies voor de vervaardiging ervan.
De Tafel en de Toonbroden
Aan de noordkant stond de tafel (Grieks: trapeza) met daarop de toonbroden (Grieks: artoi tēs protheseōs, letterlijk 'broden van de voorstelling'). Deze twaalf broden, representing de twaalf stammen van Israël, werden elke sabbat ververst en symboliseerden de constante gemeenschap tussen God en Zijn volk.